Verken hoe je breuken kan vergelijken door ze op een getallenas te plaatsen. [br]Rangschik ze op die manier van klein naar groot.[br][size=150]controle: Staat een breuk op de juiste plaats, dan verandert zijn kleur van blauw naar groen.[/size]
Tia zegt dat [math]\frac{2}{5}[/math] minder is dan [math]\frac{4}{5}[/math] omdat 2 minder is dan 4. [br]Ga je akkoord? Waarom (niet)?
Dat klopt. [br]Bij breuken met gelijke noemer is de breuk met de kleinste noemer ook de kleinste breuk.
Tia zegt dat [math]\frac{1}{18}[/math] groter is dan [math]\frac{1}{12}[/math] omdat 18 groter is dan 12. [br]Ga je akkoord? Waarom (niet)?
Dat klopt niet.[br]Bij breuken met gelijke teller is de breuk met de grootste noemer de kleinste breuk.[br]Verklaring: Verdeel je 1 taart in 18 stukken, dan zijn de stukken kleiner dan wanneer je ze in 12 verdeelt.
Hoe kan je twee ongelijknamige breuken vergelijken? (= met verschillende noemers)
Door ze eerst op dezelfde noemer te brengen en daarna de tellers te vergelijken.