In 1498 schrijft Pacioli het boek
Divina Proportione.
In 1509 verschijnt het in druk, met tekeningen van Leonardo da Vinci. Online kan je een
facsimile inkijken.
In het eerste deel,
Compendio divina proportione (Compendium over de goddelijke verhouding) schrijft Pacioli over wiskundige verhoudingen en hun toepassingen in meetkunde, kunst en architectuur.
Opmerkelijk is dat Pacioli niet de term '
gulden snede' gebruikt maar '
goddelijke verhouding'.
Nog opmerkelijker zijn de redenen om deze benaming te gebruiken.
- Zijn waarde staat voor de goddelijke eenvoud.
Er zijn geen onderscheidende kenmerken die de GS met iets anders tot dezelfde soort doen behoren.
- Zijn definitie verwijst naar 3 lengtes, symbool voor de heilige Drie-eenheid.
Hier verwijst hij naar de middelevenredigheid bij het verdelen van een lijnstuk waarin altijd drie termen betrokken zijn.
- Zijn irrationaliteit staat voor de onbegrijpelijkheid van God.
Net zomin als je God in woorden kunt omschrijven, kan je de GS in een rationaal getal uitdrukken.
- De onveranderlijkheid: Net zoals God alomtegenwoordig is en in elk deel en geheel aanwezig, is de proportie steeds dezelfde, ongeacht de absolute grootte van de betrokken delen.
Binnen een gulden rechthoek kan je inderdaad steeds kleinere gulden rechthoeken tekenen.
Elke gulden rechthoek is hierbij gelijkvormig aan een deel van zichzelf.
- Zijn verband met het twaalfvlak verwijst naar de kwintessens.
In de filosofie was de kwintessens of ether het vijfde, immateriële element naast vuur, lucht, water en aarde. Je kan de andere 4 Platonische lichamen inschrijven in een twaalfvlak, net zoals God leven geeft aan de andere vier elementen.
Zijn benaming is dus een theologische interpretatie van enkele basiseigenschappen van
en geen meetkundige of esthetische. Paccioli somt wel 13 'wonderlijke effecten' op van de GS, maar dat zijn 13 rekenkundige eigenschappen die reeds in Euclides' Elementen stonden.
Onderstaande applet illustreert bij wijze van voorbeeld de eigenschapen 1, 3 en 5.