Logistische groei introductie
Bakkersgist
Bakkersgist, dat aan deeg wordt toegevoegd, bestaat uit levende cellen. [br]Wanneer je een zakje gedroogd gist op-lost in warm water, ‘ontwaken’ de gistcellen uit hun rusttoestand en beginnen ze zich onmiddellijk door deling te vermenigvuldigen.[br][br]Vlak nadat het gist wordt opgelost, is de toenamesnelheid van het aantal gistcellen evenredig met het aanwezige aantal.[br]Na verloop van tijd zal het aantal gistcellen per cm3 deeg echter minder snel gaan groeien omdat er[br]een verzadigingsniveau wordt benaderd. De gegevens in de tabel hiernaast geven een indruk van dat proces.[br]
Voer de gegevens uit de tabel in Geogebra hieronder en laat de punten tekenen.[br]Gebruik rechtermuisknop "Zoom passend" voor een beter beeld.
Bakkersgist
Hoe zie je aan het plaatje op het scherm dat het exponentiele groeimodel in deze situatie niet van toepassing is?
Het plaatje suggereert het bestaan van een bovengrens, een maximum aantal gistcellen per cm3.[br]Hoe groot schat je deze maximale capaciteit?
In het begin van het groeiproces lijkt het aantal cellen wel exponentieel toe te nemen. Kenmerk van exponentiele groei is dat de groeifactor constant is.
Bereken voor elk van de eerste vijf uren van het groeiproces de groeifactor. Is die min of meer constant?
Veronderstel dat het aantal gistcellen per [math]cm^3[/math] tot [math]t=5[/math] elk uur toeneemt met een constante groeifactor. Maak een schatting van deze groeifactor
In de vorige opgave heb je misschien gedacht aan de formule [math]A\left(t\right)=14\cdot1,5^t[/math] als benaderingsformule.[br]Neem aan dat deze formule ook van toepassing is voor niet-gehele waarden van [math]t[/math].[br]Laat hieronder de grafiek van [math]A[/math] tekenen door middel van het algebra venster met de invoer [math]y=14\cdot1,5^t[/math][br]([math]A\left(t\right)=14\cdot1,5^t[/math]) en ga na dat deze grafiek 'op het oog' goed past bij de gegevens van de eerste vijf uren. Bij de invoer moet je rekening houden dat Geogebra een punt als decimaalsymbool gebruikt.
Zie hieronder de gevonden punten uit de vorige opdrachten.
Bereken [math]\frac{dA}{dt}[/math]
Ga na dat [math]A\left(t\right)=14\cdot1,5^t[/math] voldoet aan [math]\frac{dA}{dt}=c\cdot A[/math][br]Welke waarde vind je voor de evenredigheidsconstante [math]c[/math]?
Op de iets langere termijn beschrijft het exponentiële groeimodel van de vorige opgaven het proces niet goed, omdat er in werkelijkheid slechts plaats is voor een beperkt aantal gistcellen per cm3. [br]De maximale capaciteit lijkt ongeveer gelijk te zijn aan 650 gistcellen per cm[sup]3[/sup]. [br]Naarmate het aantal cellen dit verzadigingsniveau nadert, zal de groei afgeremd worden doordat gistcellen zich minder snel delen of eerder sterven.[br]De vraag is nu, hoe dit verschijnsel in het model verwerkt kan worden.[br][br]Het exponentiële model [math]\frac{dA}{dt}=c\cdot A[/math] wordt nu aangepast via een zogenaamde remfactor:[br][math]\frac{dA}{dt}=c\cdot A\cdot remfactor[/math][br][br]De waarde van de remfactor zal afhangen van de waarde van [i][math]A[/math] [/i]en wel zó dat:[br]• Als [math]A\approx0[/math] , dan [math]remfactor\approx1[/math] , want dan vindt nog nauwelijks remming plaats.[br]• Als [math]A\approx650[/math], dan [math]remfactor\approx0[/math] , want danis er nauwelijks groei meer.[br]• Naarmate [i][math]A[/math] [/i]dichter bij het maximum van 650 komt, neemt de groei af.[br]Het simpelste is om aan te nemen dat [i][math]remfactor[/math] [/i]een (dalende) lineaire functie van [i][math]A[/math] [/i]is:[br][br][br][br]
Geef een formule die aangeeft hoe [i][math]remfactor[/math] [/i]onder deze veronderstellingen van [i][math]A[/math] [/i]afhangt.[br][br][br]
Een iets andere manier om tegen de remfactor aan te kijken is de volgende.[br]De groei van [i][math]A[/math] [/i]is niet alleen evenredig met [i][math]A[/math] [/i]zelf, maar ook met het [i]relatieve [/i]aantal nog beschikbare plaatsen, dat wil zeggen: het aantal nog beschikbare, vrije plaatsen per cm[sup]3[/sup] gedeeld door de maximale capaciteit. Ga na dat dit tot dezelfde formule voor [i]remfactor [/i]leidt.[br][br][br]
De volgende differentiaalvergelijking is nu ontstaan:[br][br][math]\frac{dA}{dt}=c\cdot A\cdot\frac{\left(650-A\right)}{650}[/math][br][br]Hierbij is 0,41 de evenredigheidsconstante die het proces zou kenmerken als de groei ongeremd zou zijn. De factor [math]\frac{\left(650-A\right)}{650}[/math] stelt het relatieve aantal beschikbare plaatsen voor en zorgt voor de remming. Uitgangspunt hierbij is dat de maximale capaciteit gelijk is aan 650 gistcellen per cm[sup]3[/sup].[br]
De bezettingsgraad [math]\frac{A}{650}[/math] is dus het relatieve aantal gistcellen.[br]Toon aan dat geldt: [math]remfactor=1-bezettingsgraad[/math]
Veronderstel dat een andere gistsoort een maximale dichtheid heeft van 900 cellen per cm3, en dat de aanvankelijke groeifactor per uur gelijk is aan 2.
Stel een differentiaalvergelijking op voor deze gistsoort.[br][br][br][br]
Voor welke aantal cellen geldt dat de groei maximaal is?[br][br][br]
Bereken de groeisnelheid voor het fictieve geval dat er er 1000 cellen per cm[sup]3[/sup] aanwezig zouden zijn. [br]Wat betekent dat voor de situatie?[br][br][br]
In het algemeen luidt de differentiaalvergelijking die nu is opgesteld:[br][math]\frac{dy}{dt}=c\cdot y\cdot\frac{\left(M-y\right)}{M}=c\cdot y\cdot\left(1-\frac{y}{M}\right)[/math][br][br]Hierin stelt [i][math]c[/math] [/i]de groeifactor bij ‘ongeremde’ groei voor.[br]De factor [math]1-\frac{y}{M}[/math] is de remfactor en [i][math]M[/math][/i] staat voor de waarde van het verzadigingsniveau, de maximale[br]capaciteit van het systeem.[br][br]Men noemt dit een [b]logistisch groeimodel[/b][br][br][br][br][br][br][br][br]
Euler Method visueel
[b]Benadering van de oplossingsfunctie volgens de methode van Euler.[/b][br][br]Probeer onderstaande applet uit:[br][br]Kies [math]d=1[/math] en schuif de knop [math]n[/math]. Waarop is de benadering gebaseerd?[br][br]Schuif de knop [math]d[/math], welke benadering geeft de meest correcte oplossingsfunctie?
Richtingsvelden
In dit hoofdstuk wordt bij een differentiaalvergelijking een plaatje gemaakt:[br]het zogenaamde richtingsveld of lijnelementenveld. [br]Door in zo'n richtingsveld krommen te schetsen krijg je een globale indruk van het gedrag van de oplossingen van het model.[br][br]In dit practicum tekent het programma Geogebra richtingsvelden bij differentiaalvergelijkingen die je hiervoor bent tegengekomen of die in het vervolg een rol zullen spelen.[br][br]Het richtingsveld geeft steeds een indruk van de vorm van de oplossingskrommen van de differentiaalvergelijking. In Geogebra kun je eenvoudig de gevolgen onderzoeken van veranderingen van de startwaarde of van de waarden van de constanten in de vergelijking.
De eerste differentiaalvergelijking die je gaat onderzoeken beschrijft een logistisch groeimodel:[br][math]\frac{dy}{dx}=0,5\cdot y\cdot\left(1-\frac{y}{100}\right)[/math][br]Teken in onderstaand venster het richtingsveld met behulp van het commando (Invoer...):[br][br][math]Raakveld(0.5y(1-y/100)[/math][br][br]
Laat in hetzelfde scherm een aantal oplossingskrommen tekenen bij verschillende startwaarden. [br]Gebruik hiervoor het commando [math]DV(0.5y(1-y/100),(0,startwaarde))[/math].[br][br][br]
Wat gebeurt er als je 0 als startwaarde neemt? Of 100?
Beschrijf het gedrag van oplossingen die een startwaarde groter dan 100 hebben.
Welke gedrag vertonen oplossingen die een negatieve startwaarde hebben?
Bekijk nu de opstelling hierboven: [math]\frac{dy}{dz}=a\cdot y\cdot\left(1-\frac{y}{100}\right)[/math][br][br]Verander [math]a[/math] van 0.5 in 0.9. [br]Welke invloed heeft dit op het richtingsveld en op de vorm van de[br]oplossingskrommen?[br]
Onderzoek wat er gebeurt met het richtingsveld en met de oplossingen wanneer je een negatieve waarde kiest voor [math]a[/math]
We bekijken wederom de zelfde vergelijking maar nog iets algemener: [math]\frac{dy}{dz}=a\cdot y\cdot\left(1-\frac{y}{M}\right)[/math][br][br]In de vorige opgave was [i][math]M[/math] [/i]gelijk aan 100.[br][br]Verander deze waarde in 200 en bekijk het effect.[br]
Wat gebeurt er als de waarde van [i][math]M[/math] [/i]negatief is?
In de volgende vragen kijken we naar de differentiaalvergelijking [math]\frac{dy}{dx}=c\cdot y[/math][br]Voer in de applet hieronder de differentiaalvergelijking in en teken het richtingsveld voor [math]c=1[/math].[br]Gebruik hiervoor de commando's [math]Raakveld[/math] en [math]DV[/math] zoals in vorige opdrachten.
Laat de oplossingskromme tekenen. Aan welke krommen doen de geschetste oplossingen je denken? Controleer door differentiëren of je vermoeden juist is.[br]
Onderzoek het effect van het vergroten van de waarde van [i][math]c[/math][/i].[br][br][br]
Hoe verandert de vorm van de oplossingen als de waarde van [i][math]c[/math] [/i]negatief is?[br][br][br]
In de volgende vragen kijken we naar de differentiaalvergelijking [math]\frac{dy}{dx}=c\cdot\left(y-k\right)[/math][br]Voer in de applet hieronder de differentiaalvergelijking in en teken het richtingsveld voor [math]c=1[/math] en [math]k=10[/math].[br]Gebruik hiervoor de commando's [math]Raakveld[/math] en [math]DV[/math] zoals in vorige opdrachten.
Welke rechte lijnen passen mooi in het richtingsveld?
Welke invloed heeft de startwaarde op de vorm van de grafiek van de oplossing?
Wat gebeurt er als je de waarde van [i][math]k[/math] [/i]verandert?
Ga na dat de invloed van de waarde van [i][math]c[/math] [/i]vergelijkbaar is met de vorige vraag.[br][br][br]
Stel dat de groei van [i][math]y[/math] [/i]omgekeerd evenredig is met [i][math]y[/math][/i], ofwel: [math]\frac{dy}{dt}=\frac{c}{y}[/math][br]Onderzoek het richtingsveld en de oplossingen van deze differentiaalvergelijking.[br][br][br]