Verbind de drie punten. Die vormen de doorsnede.
Verbind punten die in eenzelfde zijnvlak liggen[br] 1. R en Q (grondvlak)[br] 2. R en P (voorvlak)[br]Een vlak snijdt twee evenwijdige vlakken volgens evenwijdige snijlijnen, dus[br] 3. De snijlijn van het vlak PQR met het grondvlak is evenwijdig met die van het bovenvlak[br] Teken een evenwijdige door P met RQ.[br] 4. Bepaal het snijpunt S van die rechte met de ribbe [EF] van het bovenvlak[br] 5. Teken de doorsnede[br]
Verbind punten die in eenzelfde zijvlak liggen[br] 1. P en Q[br]Een vlak snijdt twee evenwijdige vlakken volgens evenwijdige snijlijnen, dus[br] 2. De snijlijn van het vlak PQR met het voorvlak is evenwijdig met die van het achtervlak[br] Teken een evenwijdige door R met PQ[br] 3. Bepaal het snijpunt S van die rechte en de ribbe [AE] van het voorvlak[br]Verbind punten die in eenzelfde zijvlak liggen[br] 4. P en S[br]We herhalen die werkwijze:[br]Een vlak snijdt twee evenwijdige vlakken volgens evenwijdige snijlijnen, dus[br] 5. De snijlijn van het vlak PQR met het rechterzijvlak is evenwijdig met die van het linkerzijvlak[br] Teken een evenwijdige door Q met PS[br] 6. Bepaal het snijpunt T van die rechte en de ribbe [CD] van het linkerzijvlak[br]Verbind punten die in eenzelfde zijvlak liggen[br] 7. Q en T[br] 8. Teken de doorsnede[br]
Verbind punten die in eenzelfde zijvlak liggen[br] 1.P en Q liggen in het achtervlak[br]Een vlak snijdt twee evenwijdige vlakken volgens evenwijdige snijlijnen, dus[br] 2. De snijlijn van het vlak PQR met het voorvlak is evenwijdig met die van het achtervlak[br] Teken een evenwijdige door R met PQ[br] 3. Bepaal het snijpunt S van die rechte en de ribbe [AE] van het voorvlak[br]Dit levert geen extra punten in eenzelfde zijvlak. In het grondvlak is bijvoorbeeld nog maar 1 snijpunt van het vlak PQR met de kubus gegeven.[br]We tekenen een groen hulpvlak: een vlak door P en S loodrecht op het grondvlak om een extra snijpunt van het vlak PQR met het grondvlak te vinden.[br] 4. Teken een loodlijn uit P op het grondvlak.[br] 5. Noem dit voetpunt P'[br] 6. A valt samen met het voetpunt van de loodlijn uit S op het grondvlak.[br] Teken de rechte P'A[br] 7. Teken de rechte PS[br] 8. Bepaal het snijpunt van PS en P'A en noem het H (hulppunt).[br] H is het snijpunt van PS met het grondvlak.[br]Verbind punten die in eenzelfde vlak liggen[br] 9. R en S liggen in het voorvlak en vormen een zijde van de doorsnede[br] 10. H en R liggen in het grondvlak[br]HR snijdt de ribbe [CD][br] 11. Noem het snijpunt U[br]Verbind punten die in eenzelfde vlak liggen[br] 12. Verbind U en R[br]Een vlak snijdt twee evenwijdige vlakken volgens evenwijdige snijlijnen, dus[br] 13. De snijlijn van het vlak PQR met het rechterzijvlak is evenwijdig met die van het linkerzijvlak[br] Teken een evenwijdige door S met UQ[br] 14. Bepaal het snijpunt V van die rechte en de ribbe [EF] van het linkerzijvlak[br] 15. Teken de doorsnede[br][br]