Het is duidelijk dat geld een (positieve) tijdwaarde heeft:[list][*][justify]een individu verkiest consumptie nu boven een toekomstige consumptie en verwacht een beloning voor de derving van onmiddellijke consumptie,[/justify][/*][*][justify]wegens inflatie kan geld aan koopkracht verliezen,[/justify][/*][*][justify]een zekere € 1 nu wordt verkozen boven een onzekere € 1 later. [/justify][/*][/list][justify] We beschrijven eerst hoe deze tijdwaarde kan uitgedrukt worden voor [b]één kasstroom[/b]. Hierbij gaan we in het bijzonder in op [i]samengestelde intrestrekening[/i], waarna ook [i]nominale rentevoeten verrekend per dee[/i][i]l[/i][i]periode[/i] aan bod komen.[/justify][justify]Vervolgens bekijken we de situatie waarbij [b]meerdere kasstromen[/b] betrokken zijn. Na een algemene bespreking van [i]annuïteiten[/i] behandelen we slotwaarde en aanvangswaarde van (constant dadelijk ingaande) postnumerando perpetuïteiten en annuïteiten.[br]We gaan in op het gebruik van [b]financiële functies[/b].[/justify][justify]We bespreken verrvolgens [b]obligaties[/b]. Hierna komen prenumerando annuïteiten en[i] exponentieel groeiende perpetuïteiten[/i] aan bod, met als toepassing het “[i]Dividend Discount M[/i][i]o[/i][i]del[/i]” voor [b]aandelen[/b]. [/justify][justify]Het gebruik en de berekening van [b]netto contante waarde[/b] (“net present value”) en interne rentabiliteit (“internal rate of return”) komen vervolgens aan bod als investeringsbeslissingen.[br][br]Daarna illustreren we al deze berekeningen in Microsoft Excel als voorbeeld van [b]rekenblad[/b].[/justify][justify] [/justify]