[b]'[i]Nieuwe leer over de verhoudingen van het menselijk lichaam, ontwikkeld uit een morfologische basiswet die men tot nu toe niet onderkend had, en die de hele natuur en kunst doordringt[/i]'.[/b][br][br]Deze basiswet is volgens Zeising de verdeling volgens de gulden snede. Hij vertrekt van een ideaal menselijk lichaam, maar rekent op een heel andere manier dan Vitruvius.[br][list][*]Vitruvius ziet overal stambreuken (breuken met een teller = 1), m.a.w. verhouding van de delen tot het geheel.[/*][*]Zeising verdeelt de lichaamshoogte met de gulden snede (wat de navel oplevert), waarna beide stukken opnieuw verdeeld worden met de gulden snede. Deze 4 stukken vult hij verder in met nog kleinere stukjes uit zijn lijst getallen. [/*][/list]
Zeising vertrekt van een verhoudingsgetal 1000. Vermenigvuldig je telkens met [math]\varphi[/math] (0.618...), dan krijg je volgende reeks:[br]1000 - 618 - 381 - 236 - 145 - 90 - 55 - 34 - 21 - 13 - 8 - 5.[br][list][*]De lengte van de ideale man (1000) verdeelt hij volgens de gulden snede. Hierbij valt [math]\varphi[/math] samen met de navel.[/*][*]Zowel het bovenste als het onderste deel verdeelt hij opnieuw volgens de gulden snede.[br]Dit creëert 4 delen, aangeduid met de hoofdletters [b]A, E, I, O U[/b].[/*][*]Deze 4 delen worden verder in 4 verdeeld met opeenvolgingen van Major ([b]M[/b]) en minor ([b]m[/b])[br]Voor de delen boven de navel vindt Zeising de opeenvolging [b]m-M-M-M-m[/b], voor de delen onder de navel wordt dit [b]M-m-M-m-M[/b]. De afbakening worden aangeduid met kleine letters.[/*][*]Deze stroken worden op hun beurt nog eens opgedeeld volgens de gulden snede en aangeduid met Griekse letters. [/*][/list]
Zeising verdeelt zo het hoofd in strookjes van 13, 8 en zelfs 5.[br]Stel je het arbitraire 1000 gelijk aan 180 cm, dan spreken we over afstanden van 2.3, 1.4 en 0.9.[br]Volgens Zeising kan je dus het hoofd van een man perfect opdelen in strookjes van precies 2.3, 1.4 en 0.9 cm.[br]Bij het bestuderen van de voet gaat hij niet minder rigoureus te werk .
Zeisings beschrijving van de verhoudingen van de onderlinge delen van het menselijk lichaam neemt niet minder dan 150 pagina's in beslag. [br]Het is niet onbelangrijk dat Zeising vertrekt van een ideaal lichaam van een man en niet vanuit empirisch onderzoek. Hij gaat op een heel typische manier om met verschillen in geslacht, leeftijd een ras. Het zijn volgens hem 'tegendelen die zich in het ideaal verenigen':[br][i]Man en vrouw zijn volgens Zeising afsplitsingen van de oorspronkelijke mens en "elk van beide geslachten heeft zich a.h.w. gespecialiseerd. De man realiseert de ideale gestalte in het bovenlichaam, de vrouw in het onderlichaam". De man belichaamt hierbij het principe van eenheid (op de romp staat één hoofd) en de vrouw de tweeheid (romp splitst in twee benen). Zonder moeite vertaalt hij uitgebreid dat verschil naar de psychologie van vrouw en man.[br][br][/i]Eenheid in verscheidenheid kom je vaker tegen bij Zeising. De romantici ervaren een ‘Entzweiung’ (gespletenheid) die zowel tegen het verleden als de toekomst wordt afgezet. Voor Hegel is deze spanning de motor van een dialectiek naar een hoger niveau van eenheid. Bij Zeising moet je niet zoeken naar een dergelijk doorwrocht filosofisch systeem, maar hij speelt wel graag met zulke begrippenparen als mannelijk, vrouwelijk, onder en boven.[br]Man en vrouw hadden oorspronkelijk een eenheid als ‘mens als zodanig’, die ze nu als ideaal opnieuw nastreven. Bij de mens, naar Gods beeld geschapen komt de eenheid slechts in één punt samen: de navel. Dit beeld zet Zeising kracht bij door symbolische associaties van hoofd met eenheid en benen met gespletenheid. [br]De opsplitsing ‘geheel – twee delen’ wordt herhaald in de delen wat natuurlijk mooi strookt met een telkens verder opdeelbare gulden snede.[br]Bij de typering van man en vrouw verwijst Zeising naar [url=https://en.wikipedia.org/wiki/Friedrich_Theodor_Vischer]Friedrich Theodor Vischer[/url]. Volgens hem is het mannelijk lichaam bestemd “[i]zu Zeugen[/i]” (te getuigen), het vrouwelijke “[i]zu Säugen[/i]” (te zogen). Zeising voegt er meteen aan toe dat dit eigenlijk het gevolg is van zijn proportiewet. Vischer haalde dan weer veel van zijn theorie bij [url=https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilhelm_von_Humboldt]Wilhelm von Humboldt[/url].
Zeising sluit zich verder aan bij de Nederlandse arts [url=https://nl.wikipedia.org/wiki/Petrus_Camper]Petrus Camper[/url] (1722-1789), die schedels vergelijkt van '[i]staartaap[/i], [i]orang oetan, n... en Europeaan[/i]' met de gehooringang als referentielijn. Volgens Camper evolueert de verhouding tussen bovenste en onderste deel van schedels van 1 : 1 tot 18 : 11. Het laat zich raden dat Zeising constateert "[i]dat de natuur in zijn correcties uiteindelijk terechtkwam bij de Europeaan en 18 : 11[/i], [i]wat nauwelijks afwijkt van GS.[/i]" [br]Opmerking: de verhouding 18 : 11 = 1.636...
Tekening '[url=https://archive.org/details/dissertationsurl00camp/page/n175/mode/2up]Overgang van aap tot Apollo[/url]' van Petrus Camper in zijn werk Dissertation sur les variétés naturelles qui caractérisent la physionomie des hommes des divers climats et des différens ages : suivie de réflexions sur la beauté, particulièrement sur celle de la tête : avec une manière nouvelle de dessiner toute sorte de têtes avec la plus grande exactitude (p.175).
[b]Georg Wilhelm Friedrich Hegel[/b] (1770-1831) is een 'idealist'. Dit betekent dat hij gelooft dat de werkelijkheid volledig wordt gestructureerd door onze waarneming en ons verstand. Die rede is echter geen statische instantie, maar een alomvattende ‘wereldgeest’, die in samenhang met die werkelijkheid een sociale en historische ontwikkeling doormaakt. [br]Volgens Hegel is de wereldgeschiedenis immers een proces van toenemende vervolmaking volgens noodzakelijke dialectische stadia. [br]In het Germaanse rijk komt de wereldgeest uiteindelijk tot zichzelf: "zodat de staat tot beeld en werkelijkheid van de rede wordt ontplooid." [br][br][b]Zeising [/b]stelt dat de natuur de GS duidelijk hoger waardeert dan de rationale verhoudingen van de muziekleer en ook de continue ontwikkeling van aap tot Europeaan staat voor hem buiten discussie.[br]Zo "[i]biedt de GS een maatstaf tot kwalificeren en rangschikken van rassen en nationaliteiten[/i]" (sic).[br]Met empirische wetenschap heeft deze bewering al lang niets meer te maken, maar ze is helemaal niet vreemd binnen de ideeën van het Duitse idealisme. [br]De evolutie van aap tot de Europeaan is voor Zeising gewoon een morfologische illustratie van de historische ontwikkeling die zich voltooit in de gulden snede.[br]
Verrassend voor de esthetische claim van de GS besluit Zeising dat formele schoonheid niet hetzelfde is als schoonheid op zich. De esthetische schoonheid ligt volgens hem niet meer in formele schoonheid, maar in het karakter. Dus wie Zeising wil inzetten om de GS als esthetisch ideaal naar voor te schuiven, komt bij Zeising van een kale reis thuis.[br]Zijn historisch belang in het denken over de GS in esthetica en kunst ligt dus totaal niet in de echte inhoud van zijn boek. Zeising is en blijft echter historische belangrijk omdat zijn idealisering van de GS als vormgevend principe opgepikt werd en herhaald in talloze publicaties erna, zodat het uitgroeide tot een algemeen aanvaard narratief.